Bij veel werkzaamheden is het nodig dat werknemers veiligheidsschoenen dragen. Dat vermindert het risico op letsel door stoten, beknelling, pletten door vallende voorwerpen en bijten door chemicaliën. Stem de keuze voor juiste voetbescherming af op de werkzaamheden.
Wat moet?
Alle veiligheidsschoenen en -laarzen moeten een S-codering (safety) hebben. Dat betekent dat de schoen/laars een werkschoen is: het schoeisel heeft in dat geval een veiligheidsneus (bestand tegen een belasting met een energie kleiner of gelijk aan 200 joule).
Veiligheidsschoenen en -laarzen zijn onder te verdelen in vijf S-classificaties. Naast de algemene eisen moeten de schoenen en laarzen geschikt zijn voor de omstandigheden waarin ze gebruikt worden.
S1 schoenen voor gebruik in droge omstandigheden.
S2 schoenen voor gebruik in vochtige omstandigheden (of op plaatsen waar het vochtig kan worden).
S3 schoenen voor gebruik op plaatsen met het risico op intrappen van scherpe voorwerpen (glas, spijkers).
S4 een uit één geheel geperste of gevulcaniseerde schoen of laars.
S5 als S4, maar met stalen tussenzool en genopte zool.
Wat mag?
U mag kiezen uit verschillende modellen van veiligheidsschoenen. Veiligheidsschoenen met een laag model zijn bijvoorbeeld geschikter voor mensen die veel moeten knielen. Bouwplaatspersoneel draagt bij voorkeur een hoog model waardoor de achilleshiel helemaal beschermd is. Veiligheidslaarzen van leer zijn geschikt voor werken in natte/vochtige ruimten. En kies voor veiligheidslaarzen van kunststof voor werk in een erg natte omgeving en bij het werken met chemicaliën die door leer kunnen dringen.
Wat helpt?
- Let bij de keuze van de voetbescherming vooral op de werkzaamheden.
- Raadpleeg altijd de informatie van de fabrikant of leverancier en laat u deskundig adviseren door uw leverancier van veiligheidsschoeisel.
- Een zool die bestand is tegen olie, chemicaliën, zuur of hitte.
- Een goede pasvorm.
Bron: www.arbo.nl